FB

DMV

Digitaal & analoog op één baan

Introductie

De DMV is sinds vorig jaar gestart met het aanleggen van een nieuw bloksysteem. Het oude systeem van Van Mekeren voldeed niet meer aan onze wensen, omdat steeds meer digitaal wordt uitgebracht. Toch hebben we er voor gekozen niet volledig digitaal te gaan, dat houdt in dat niet iedereen zijn trein hoeft te digitaliseren, daarmee houden we de club open voor digitaal spoorders en analoog spoorders. Het systeem dat voor digitaal en analoog een oplossing biedt is Dinamo. Dit systeem stuurt de treinen per blok aan en kan dus een blok analoog maar ook digitaal aansturen. Toch lijkt het meer digitaal dan analoog, omdat de analoge treinen met de computer worden aangestuurd. Ook de lampjes van de analoge treinen blijven gewoon branden zonder decoders.


Is er dan helemaal geen voordeel aan een decoder?
Nee dat is niet helemaal zo. In één blok kun je met Dinamo wel met meerdere digitale locs onafhankelijk rijden, met analoge locs kan dat niet. Toch heeft het wel voordelen, want als alle leden van de club al zijn locomotieven van decoders moeten voorzien, dan kunnen we van dat geld wel vier Dinamo systemen kopen. Verder is er weinig verschil tussen een volledig digitaal systeem en Dinamo. Bij Dinamo moet je alles opdelen in blokken, dat is veel werk, iets prijzig ook, maar bijkomend voordeel is dat elk blok zijn eigen stroom circuit heeft en dus heeft een kortsluiting van b.v. een ontspoorde trein alleen invloed op het desbetreffende blok en valt niet 50m module baan in één klap uit.

Is het echt Plug & Play?
Omdat in één keer overstappen heel veel werk is en een forse investering is hebben we gekozen om het in stappen te doen. Eerst zijn we begonnen met het digitaal voorbereiden van de bedrading. Alles is opnieuw in blokken en detectie stukken opgedeeld en er zijn nieuwe en nieuwe standaarden en kleurcodes bedacht. Om te voorkomen dat we door de bomen het bos niet meer zien, zorgen we er voor dat de digitaal voorbereide baan ook analoog is aan te sturen. Met het wisselen van een aantal connectoren (alles is DB25) kunnen we omschakelen van analoog met de trafo of Van Mekeren, naar digitaal met Dinamo. Ons motto is: als het analoog niet werkt, gaat het digitaal al helemaal niet werken. Dus elke wissel is gewoon met een tuimelschakelbord te bedienen in geval van nood en ook de sporen kunnen met de hand nog massa geschakeld worden, mocht de PC of een printplaat falen. Er is dus altijd een backup.

Gaat straks dan alles via de computer?
Ja, het meeste wel. De computer kan veel sneller handelen, en dus zul je veel meer treinen zien rijden als de computer de besturing overneemt. Al die 80 wissels die in de kleine baanopstelling al voorkomen, worden via de computer bediend in voorgeprogrammeerde rijwegen en bijbehorende seinen. We zijn achter gekomen dat we iets hebben gebouwd dat zo complex is als een echt station. Daarbij is de bediening door één persoon niet meer haalbaar, je houdt dat gewoon niet meer bij met de hand. Wil je dan ook analoog de seinbeelden kloppend hebben dan zou dat betekenen dat je enorme relaiskasten zou moeten maken die overeenkomen met het grote voorbeeld. Dat is niet natuurlijk niet het doel, en daarom wordt nu alles met de computer bediend door software, namelijk met het programma Koploper. Uiteraard kun je altijd de computer nog instructies geven om, ofwel een trein een bestemming te geven, of toch nog met een handregelaar zelf een rangeerbeweging uit te voeren.


Zit dan straks iedereen achter die computer?
Nee, er wordt gewerkt aan een systeem met meerdere beeldschermen inclusief bedieningsmogelijkheid. Elke computer op verschillende plekken langs de baan kan dan dezelfde vensters presenteren. In een later stadium gaan we werken aan externe tableaus, zodat de wissels voor rangeerbewegingen gewoon ouderwets met drukknopjes bediend kunnen worden. Dat is toch makkelijker als je met een handregelaar rond loopt, maar wellicht gaan we in de toekomst via tablets in het netwerk  koploper kunnen aansturen.

Moet iedereen computerprogrammeur van niveau hebben voor Koploper en Dinamo?
Nee, voor de aanleg is dat wel heel handig, want het programmeren van Koploper is verreweg van eenvoudig. Voor het installeren van Dinamo is het raadzaam om handleidingen wel goed te lezen en informatie te winnen bij b.v. een cursus voor dat je begint met installeren. Wat betreft het rijden met koploper, dat is eigenlijk heel eenvoudig, iedereen die wel eens met een computer heeft gewerkt kan rijden met koploper! Zet je trein op de baan, dan geef je hem een naam, klik je een treintype aan bv. Intercity, vervolgens rijdt de trein geheel automatisch over de baan. Zet je deze trein een volgende keer weer terug op de baan, dan bewaart het systeem alle gegevens en hoef je slechts het nummer op te zoeken.

 

Vervolg, 5/8/2014.

Voeding van de baanspanning en digitale onderdelen
Omdat onze baan best groot is en met een digitaal bedrijf veel treinen tegelijk zullen rijden, is een goede voeding van belang. Voor de voeding van alle digitale onderdelen zoals TM44 en OC32 hebben we gekozen voor één voeding voor de hele baan en dus niet het plug en play systeem van dinamo, waarbij er kleinere voedingen voor een beperkt aantal onderdelen zijn. We hebben de oude dinamo 19 inch rack met voeding en verdeler aangeschaft. Deze voeding levert alle benodigde spanningen, aangesloten op een vijf polige print connector (RasterMaat 5,08mm).

Deze voeding levert voldoende vermogen,  maar dat betekend ook dat de kabels bij deze relatief lage spanning veel stroom moeten doorlaten. Dan heb je dus dikke kabels nodig als je geen al te grote spanningsverlies wilt over je kabel. Voor de voedingskabels hebben we dan ook gekozen voor soepel 2,5mm2 met rubber omhulsel. Dit draad is normaal geschikt voor 220V 16A, maar dus ook geschikt voor 16A voor de rijspanning (incl. andere spanningen). Vergeet niet dat alle stroom over de ‘ground’ draad GND terug naar de voeding gaat en deze dus de dikte of max.  totaal stroom bepaalt.

Afbeelding

Afbeelding
Op de foto 4 polige, voor de aansluiting op de TM44. De andere zijde is dus 5 polig.

Op de 5-polige stekker hebben we op de uitgang van de voeding; 12 V, GND, 5V, WS, RS. Daarvan gebruiken we de RS (Rijspanning 14-18V, 12V en GND). De kleuren komen niet overeen met de 220V van thuis. Bruin is GND, Geel/Groen is RS en Blauw 12V in dit geval. Dit omdat bruin overal al de GND is onder de baan. Dit kan je natuurlijk bepalen zoals je zelf wilt.  Evt. andere benodigde spanningen van de 5 pinnen kun je altijd nog bijsteken met een tweede kabel.

De stekkers kunnen ook niet meer aan dan 2,5mm2. Groter past er gewoon niet in. Vertinnen van de draden is niet handig, dat laat snel los in de stekker, omdat dit niet goed afklemt. Daarom gebruiken we aderhulsjes, dat ziet er nog professioneler uit ook! Uiteindelijk komt onder elke module in het midden een verdeel printje met een in en uitgang, met daar tussen de benodigde verdeel aansluitingen. Daarop komen weer kortere kabeltjes naar de TM44 en OC32 printen, zodat niet de kabel naar de voeding aan de print zelf hangt. Mocht iemand aan de hoofdkabel trekken of op gaan staan, dan trek je niet de dure digitale onderdelen onder de baan vandaan. De kabels zijn allemaal female – male, dus verleng, als er een printje mist kan je dus de kabels doorlussen.

Wordt vervolgd!